Comfort Mama





Sloten vervangen

Mijn te-doen-lijstje is eindeloos, maar bovenaan prijkt 'Slotenmaker bellen' om het slot van de voordeur te laten vervangen.

Niet omdat we de sleutel kwijt zijn, maar omdat een klasgenootje van Jan die heeft gejat. En hoewel wij de jongen nog het voordeel van de twijfel gaven, maakte een telefoontje van Jans verontruste mentor daar abrupt een einde aan. 'Er gaan wat onheilspellende geruchten over Henkie's 'vrijetijdsbesteding,' formuleerde hij zorgvuldig zijn waarschuwing.

Toen we Jan noodgedwongen inschreven bij deze school, wisten we niet dat het vak 'Maak kennis met de zelfkant van de maatschappij' daarbij ingegrepen was. Behalve de bekende vakken als Frans, Geschiedenis, Wiskunde en dergelijke, heeft Jan life mogen aanschouwen hoe de ene klasgenoot de andere het mes op de keel zette, zijn z'n fiets en gymtas zelfstandig met de Noorderzon vertrokken, en is zijn broodtrommel mysterieus aan flarden gegaan.

Dus toen mijn zus mij vroeg waar ik dacht dat Jans klasgenootjes volgend jaar naar toe gaan, ontsnapte mij het volgende antwoord: 'De gevangenis.'

Mouse In The House: The Sequel

De muis in Teuntjes kamer haalde zijn neus op voor de overheerlijke maaltijd die ik voor hem had neergezet, en stierf dus niet de langzame, pijnlijke dood die ik deze indringer zo gunde.

Sterker nog, niet alleen bliefde hij de maaltijd niet, blijkbaar vond hij de hele omgeving niks. Toen Floris en ik voorzichtig om het hoekje blikten om te zien of er al een stoffelijk overschot was, sjeesde hij bruusk langs ons heen en verdween spoorloos in een inbouwkast. Daar ontdekte Floris een groot gat in de vloer, dat we zorgvuldig afdekten met bakstenen.

Opgelucht dat het huis weer muizenvrij was, hervatten we ons leven, tot Maartje gisteravond naar beneden denderde met de mededeling: 'Ik heb een muis in mijn kamer!'

Bij die mededeling ontwaakte het beest in mij, de rat, en de hele nacht smeedde ik laaghartige en moorddadige plannen. Deze maandag was mijn eerste gang dan ook naar de dierenwinkel om wapens in te slaan.

Een beetje beschroomd vroeg ik de mevrouw in de dierenwinkel of ze muizenvallen hadden. 'Ja hoor, achter de kassa,' antwoordde ze opgewekt. 'Wilt u dat de muis blijft leven, of mag hij dood?'
Opgelucht dat het doden van onschuldige dieren hier niet werd afgekeurd, bestelde ik boosaardig: 'Doe maar 'dood'.

De mevrouw presenteerde mij drie modelletjes. Muizenval no. 1 was een mottig plankje met wat ijzerdraad, muizenval no. 2 was daarvan de supersized versie, en model no. 3 was de high tech variant.
'Die grote is eigenlijk voor een rat,' vertrouwde de mevrouw me toe, en een rilling liep over mijn rug.

'En hoe werkt deze?' ik wees naar de aantrekkelijke high tech variant.
'Die vinden muizen heel lekker ruiken. Hij kost zeven euro, en je hoeft hem alleen maar open te zetten. Als de muis komt: 'PANG'!' En ze liet de val met een harde knal dichtklappen.
Enthousiast telde ik zeven euro neer.

En nu zit ik thuis en wacht op de venijnige klap die mij vertelt dat de wereld weer een muis minder telt.

Toch ben ik normaal zeer vredelievend...

Dag Sinterklaasje, dahaag, dahaag!

Dagenlang heb ik, fanatiek anti-knutselaar, Zwarte Pieten gefröbeld, melkpakken veranderd in stoomboten, cornflakesdozen in cornflakesdozen-met-crepepapier omgetoverd, en van oude kranten een bloemkool van dubieus origine gemaakt.

Ik dichtte woorden aan elkaar, in een zorvuldig mengeling van schalkse knipoog, steken onder water, en een paar stoten onder de gordel.

En na al dat harde werken durf ik wel te zeggen dat pakjesavond een succes was, en dat de kinderen er weer een zoete herinnering voor het leven bij hebben.

Maar mijn favoriete cadeau kreeg ik op zes december, want toen vertrok Sinterklaas weer naar Spanje.

Ik zag een muis! Waar? Daar!

'Ik heb een rat, ik heb een rat!' met die onfortuinlijke mededeling kwam Teuntje vanmorgen naar beneden denderen. Om er bedachtzaam aan toe te voegen: 'Of een muisje.'

Ik huiverde, want ik ben echt erg bang voor dat kleine grut, dat zo snel beweegt, en mijn grootste nachtmerrie is dat ze onder mijn rok mijn been gaan beklimmen. Daar kan zelfs de vriendelijke rat in Ratatouille niets aan veranderen.

Ik zette mijn ongebreidelde haat om in moordlust, en ging op zoek naar mijn doos muizengif die ik ooit in een bui van huishoudelijke efficiëntie had aangeschaft bij de dierenwinkel. Ik vond hem boven op het aanrecht, en toen ik het stof er af blies las ik dat het 'pokon' heette.

Wat een wonderlijke naam. Het klinkt zo vriendelijk en uitnodigend. 'Hier muisje, neem nog wat pokon. Ik heb genoeg.' Ik vraag me af of Ratatouille dit gerecht kent.

Ik vouwde de bijgeleverde doosjes. Ze hadden maar liefst twee uitgangen, alsof de muizen het pand via de achterkant moesten kunnen verlaten, vanwege uitzinnige fans. Toen legde ik de muizenversnapering er in, en gaf de doosjes aan Jan om op Teuntjes kamer te leggen, want ik durfde niet. Sommige dingen moet je gewoon uit besteden.

Nu is Teuntjes kamer als het beruchte Blauwbaard vertrek: 'Je mag in alle kamers komen, behalve in die.'

Als de rat/muis binnenkort niet weg is zie ik mij genoodzaakt het huis te koop te zetten.

Iemand interesse in een duplo-woning met maar liefst zeven kamers, waarvan één nog helemaal gemeubileerd en met een kraker?

Sinterklaas stress

Nog bezeerd van de reprimande van vorig jaar dat Jans schoolsurprise van een zekere nonchalance getuigde, ja misschien zelfs wel 'laksheid', schrok ik op toen ik Teuntjes surprise zag.

Teuntje had een prachtige Sinterklaas-op-een-skateboard gemaakt, waarbij de skateboard het cadeau herbergde. Maar toen ik in haar kamer keek, was de skatende Sint verdwenen en had plaats gemaakt voor twee schoenendozen die samen een toilet moesten voorstellen.

De twee schoenendozen waren beplakt met witte A4-tjes, waar het Birkenstocklabel nog olijk doorheen schemerde, en bovenop stond met blauwe balpen, de naam van de gelukkige krijger gepend.

'Wat is er met je leuke Sinterklaassurprise gebeurd?!' kreet ik.
'Oh, die vond ik niet zo leuk,' antwoordde Teuntje nonchalant.
'Ja, maar hij was prachtig!'

'Ja, maar hij zag er niet uit alsof ik er twee uur aan bezig was geweest,' zei Teuntje op bezorgde toon. 'En de juf heeft gezegd dat het een mooie surpise moet worden. Anders gaat ze met je 'praten' en moet je uitleggen waarom de jouwe niet zo mooi is, en dan krijg je straf.'

Paniekerig keek ik nog eens naar Teuntje's wc, waar ik de verplichte twee uur handwerk niet van af zag. Moest ik zelf dan maar eventjes een porseleinen wc-pot kleien? Of er misschien één bij de kringloop scoren? Ik wierp nog eens een blik op Teuntjes kartonnen dozen en kreeg een ingeving: van zwart karton knipte ik een cirkel, en voila, plotseling leek het een toilet!

Maar eigenlijk ben ik tegen ouderbemoeienis: het tast de artistieke integriteit van het kind aan, en legt de surpriselat op volwassen hoogte. Welk kind kan nou opboksen tegen een handgemaakt houten boek, dat opent met scharnieren? Of een heuse houten gitaar van één meter zeventig?

Maar dat principe heb ik tijdelijk even door Teuntjes zelfgemaakte toilet gespoeld. Bovendien: de wc-bril kan niet scharnieren, want is kinderlijk vastgeplakt met prittstift.


Puber zonder gène
























Praggel

Floris is een liefhebbende echtgenoot, die gewillig 's avonds om tien uur nog een bak patat met, voor me gaat halen. Op zaterdag kookt hij altijd, en hij doet zijn best niet glazig te kijken als ik mijn zieleroerselen met hem deel.

Toch is Floris wat ze in de Achterhoek noemen een 'Praggel'. Iemand die liever moeilijk doet als het makkelijk kan. Zelden geeft hij een rechtstreeks antwoord; liever maakt hij allerlei omtrekkende bewegingen, waarbij hij zijn gesprekspartner door allerlei hoepels laat springen.

Gisteren vroeg Maartje hem het inschrijfformulier voor haar tien minutengesprek op school in te vullen.

'Wat is dat voor formulier?' begon Floris zijn verbale potje tafeltennis.
'Dat is van school.'
'Welke school?'
'Van mijn school natuurlijk!'
'En waar gaat dat dan over?'
'Over de tienminutengesprekken.'
'Wat voor tienminutengesprekken?'
'Over mijn rapport.'
'Welk rapport?'
'Mijn schoolrapport.'
'En waarom moet ik dat invullen?'
'Omdat ik het morgen moet inleveren.'

Nu verwaardigde Floris zich een blik op het formulier en ontdekte triomfantelijk: 'Je mag het ook woensdag pas inleveren!'
Ik kwam tussenbeide en riep: 'Vul het nou maar in, anders vergeten we het weer.'
'Ik heb geen pen!'
Vermoeid adviseerde ik Maartje een pen te pakken.
Maar Floris was nog niet verslagen: 'Ik heb niks om onder het papier te houden. Zo kan ik niet schrijven.'

Ik slingerde een boek in zijn richting in frisbee stijl, waarbij ik stiekem op zijn hoofd mikte, maar het boek bereikte hem zonder ongelukken.
'Waar moet ik tekenen?'
'Hier,' wees Maartje behulpzaam aan.
'Waarom moet ik hier tekenen, en niet daar onder?'
'Weet ik veel,' mopperde Maartje.

Eindelijk was het formulier dan toch ingevuld, en stond vast dat volgende week woensdag om half acht Floris naar het tien minuten gesprek van Maartje gaat.

'Tenzij de trein vertraging heeft natuurlijk,' opperde Floris triomfantelijk.
Onthutst keek Maartje hem aan. 'Maar hoe moet dat dan?!'
'Tsja, dat weet ik ook niet. Wat de NS doet, dáár heb ik geen invloed op,' stelde Floris, en zag er zeer vergenoegd uit.
Maartje wierp mij een wanhopige blik toe.
'Trek je er maar niks van aan Maartje,' stelde ik gerust. 'Papa is gewoon een Praggel.'

En bij Praggels is het een kwestie van de gebruiksaanwijzing leren kennen, en ze zo benaderen dat ze je niet zien aankomen. Na vijftien jaar huwelijk heb ik Floris' gebruiksaanwijzing goed leren kennen.

En zoals met alle gebruiksaanwijzingen, is het zo dat als je ze eerst helemaal leest, je van het gebruik maar liever helemaal af ziet.

Maar ja, dan loop je ook alle goede en mooie dingen mis.

Edward Cullen

Maartje (14) had het er al maandenlang over: 'Mama, als New Moon eindelijk draait gaan we samen naar de film he?!' Gevleid dat mijn veertienjarige nog met mij naar de film wilde, stemde ik toe. New Moon is het tweede deel van de verfilming van Stephenie Meyers boekenreeks 'Twilight'.

De Twilight reeks gaat over nukkige Bella en de vampier Edward Cullen, die elkaar op klassieke wijze zo graag willen maar niet kunnen krijgen. En dus werpen ze elkaar voortdurend smachtende blikken toe, en wagen zich zo nu en dan aan een hartstochtelijke kus.

Helaas eindigen al hun kussen voortijdig, omdat Edward zich anders zou vergrijpen aan Bella. De moraal van de Twilight reeks mag dan ook duidelijk zijn: 'Geen sex voor het huwelijk'.

In Maartjes kamer prijkt een levensgrote foto van deze Edward Cullen, die bleekjes haar kamer in blikt, wellicht geschrokken van de zooi. Maar hoezeer haar jonge meisjeshart ook bekoord is door deze knappe jongen, haar liefde is niet blind.

Want toen Edward in een cruciale filmscene in vol ornaat, en met ontblote torso stond te schitteren in de zon, boog Maartje zich naar mij toe en fluisterde: 'Dit hebben ze gephotoshopt mama, want hij houdt niet van sporten!'

Een onfortuinlijke serie van gebeurtenissen

Op een onfortuinlijke woensdagmiddag belde het secretariaat van Jans school: 'Mevrouw, er is niets ernstigs, maar Jan heeft een vervelende mededeling. Hier komt tie.'

Ik hoorde wat gerommel en toen Jans stem: 'Mama, mijn fiets is gejat! Kom je me halen?'
Al lang blij dat Jan in orde was, propte ik mijn twee ongeleide projectielen, ook bekend als Ot en Piet, in de auto en karde naar Jans school.

'Ik had vergeten de fiets op slot te doen,' antwoordde Jan op mijn vraag hoe de diefstal in zijn werk was gegaan, en voegde er aan toe: 'Wat eten we vandaag?'
Boos over zijn ogenschijnlijke nonchalance brieste ik: 'Hoe dacht je nou morgen naar school te gaan?!'
'Lopes,' meende Jan.

'We vragen wel of we een fiets van opa en oma mogen lenen,' bedacht ik snel, en crosste richting mijn ouders, waar we op onze beurt een fiets jatten, want mijn ouders zijn drukbezette babyboomers en waren uiteraard niet thuis.

'Fiets jij de acht kilometer maar naar huis Jan,' sommeerde ik, 'en denk maar eens goed na hoe het de volgende keer beter kan!'
Jan vond het allemaal best, en tevreden over mijn daadkracht en creativiteit schreef ik een briefje aan mijn ouders getiteld 'Nood breekt wet', en reed naar huis.

De volgende dag vertrok Jan tot wederzijdse tevredenheid en onder vele bezweringen: 'Denk er om dat je hem op slot zet Jan, want het is de fiets van opa en oma!' naar school. Maar die middag, ik maakte net de fruithap klaar, ging de deurbel.

'Mevrouw ik heb zojuist uw zoon op mijn motorkap gehad!' deelde een onbekend heerschap mij mee.
Geschrokken keek ik de man aan. 'Mijn zoon Jan?!'
'Ja, hij mankeerde niks, maar hij had wel dood kunnen zijn,' somberde de man.

Met trillende beentjes vroeg ik de man binnen, waarna hij verslag deed van de onfortuinlijke gebeurtenissen. 'Ik had net mijn vrouw uit het ziekenhuis gehaald, waar ze lag met hartklachten,' hij wierp me een veelbetekenende blik toe, 'en toen vloog ineens uw zoon over de motorkap.'

'Maar hij mankeerde niets?'
'Nee, maar ik heb natuurlijk wel schade aan de auto, dus ik dacht ik kom maar even langs. Zijn remmen deden het niet, zei uw zoon.'

Nu ging me een lichtje op. 'Gisteren is de fiets van mijn zoon gestolen, en vandaag had hij een geleende fiets met handremmen. En hij is een terugtraprem gewend. Ik had kunnen weten dat dat gevaarlijk kon zijn,' verweet ik mezelf.

De meneer knikte instemmend, en herhaalde zijn eerdere onheilsboodschap: 'Hij had wel dood kunnen zijn.'
Ik wilde net de pek en veren halen om mijzelf daarmee te besmeuren toen ik bedacht: 'Het is allemaal de schuld van die stomme dief! Ik mag hopen dat hij met de fiets tegen een boom rijdt!'
Dat leek de meneer een goed idee, en kameraadschappelijk wisselden we telefoonnummers en beloftes over onze verzekering uit, waarna we afscheid namen.

Toen ging ik, als Zuster Anna, op de uitkijk staan om te zien of Jan er al aan kwam. En toen hij kwam aanwandelen met zijn kapotte fiets, knelde ik hem aan mijn boezem en verklaarde: 'Wat ben ik blij dat er niks met je is!'
'Fijn dat je niet stuk bent Jan!' piepte Piet.

Dat vond Jan ook, en toen vroeg hij: 'Wat eten we vandaag?'
Want Jan is niet zo snel van zijn stuk.

Piet, high on life!













Mijn voorland

De agenda van de gemiddelde babyboomer is even vol als die van schoolkinderen, en dus zat ik zondagmorgen naar een voorstelling van mijn moeder te kijken. Een dag nergens gekeken, is tenslotte een dag niet geleefd.

Met een mengeling van ergernis dat ik weer eens ergens moest kijken en goede wil, 'Oma heeft tenslotte niet elke week een kijkles,' nam ik plaats. Het begon in ieder geval goed, want er was koffie in heuse porseleinen kopjes. Niet van dat goedkope plastic gebekerte met poedermelk en een 'roerstaafje'.

Gesterkt door de lekkere koffie keek ik met nieuwe interesse naar het publiek om me heen, dat een aanzienlijk hoger babyboomgehalte had, dan ik gewend ben door alle schoolvoorstellingen van de kinderen. Terwijl ik telde hoeveel dames hun haren nog verfden, en hoeveel de strijd tegen het grijs hadden opgegeven, werd ik onderbroken door de opkomst van het koor.

En toen ik mijn moeder naar voren zag lopen, overviel mij dezelfde golf van ontroering die mij altijd verrast als ik naar mijn kinderen kijk. En in gedachten zong ik zachtjes: 'Dat is toch je moedertje!'

Enthousiast zette het koor in met Simon en Garfunkels 'Cecelia', uit de voltooid verleden tijd van hun jonge jaren, en een golf van enthousiasme ging door de zaal. En ik bedacht hoe deze generatie dit cultuurgoed, met liedjes als 'Marmor, Stein und Eisen bricht' en 'Sophietje' deelt. Dat al deze mensen al een stuk verder op hun levensreis zijn dan ik, en elkaar hier vreugdevol vonden in een stuk gemeenschappelijk verleden.

Als ik bij de kinderen kijk zie ik mijn verleden, maar hier bij de opvoering van mijn moeder, zag ik wellicht een glimp van mijn toekomst.

En ik kan alleen maar hopen dat die net zo blijmoedig en bruisend is als dit babyboomer koor!

Sinterklaas lijstje

Piet onderhoudt nauwe banden met Sinterklaas, en dus heeft hij een indrukwekkende verlanglijst ingediend. Bovenaan prijken een Wii, een Nintendo, een laptop, een Playstation en zo'n nieuwerwets skateboard ad 120 euro.

Om mijn kleine Pietje voor teleurstelling te behoeden besloot ik met hem om de tafel te gaan zitten voor een goed Slecht Nieuws Gesprek.
'Piet, je weet toch wel dat Sinterklaas voor héél veel kindjes iets moet kopen?'
Piet knikte instemmend.
'Dan kunnen het natuurlijk niet zulke hele dure cadeautjes zijn...' en ik liet een betekenisvolle stilte vallen.

Maar Piet had zijn eigen agenda en merkte bezorgd op: 'Mama, ik hoop dat Sinterklaas niet dood gaat.'
'Nee?'
'Nee, want ik vind hem lief, omdat hij cadeautjes aan ons geeft.'
'Hmhm.'
'En mama? Ik hoop ook dat Sinterklaas niet krimpt.'
'Nou, zo lang mama hem niet wast komt dat wel goed Piet!'
Met een gepijnigde blik in zijn ogen wachtte Piet geduldig tot ik was uitgelachen om mijn eigen kwinkslag.

Ik besloot het gesprek samen te vatten: 'Dus Piet, je maakt je zorgen dat Sinterklaas dood gaat, dat hij krimpt, en omdat hij voor alle kindjes in Nederland cadeautjes moet kopen, krijg jij niet wat je het allerliefste op de hele wereld wilt.'
Piet wierp me een meewarige blik toe, en ik zag hem denken: 'Je bent toch zeker Sinterklaas niet!'

Het onfortuinlijke feit is echter, dat ik dat in Piets geval dus wel ben.

Maar dat slechte nieuws bewaar ik voor een heel ander Slecht Nieuws Gesprek.

Inbraak

Als Thuisblijfmoeder draai ik nergens mijn hand voor om. Inbraak bijvoorbeeld. Om thuis te kunnen blijven, moet je namelijk eerst wel thuis zíjn.

Vandaag gebeurde waar ik altijd voor vrees: ik sloot mezelf per ongeluk buiten. En met geen enkele reservesleutel in de buurt, wachtte mij een lange middag op onze koude stoep. Verlangend blikte ik door ons keukenraam en belde eens aan, maar ja, niemand thuis. Die Thuisblijfmoeders van tegenwoordig zijn ook altijd de hort op.

Gelukkig heb ik als kind goed opgelet bij de The A-team, en besloot in A-Team stijl tot actie over te gaan.

Met behulp van een tuinschepje wist ik de tuinpoort open te wrikken, en kreeg zo vrije toegang tot onze tuin, waar ik ons slaapkamerraam wijd open wist. Opgetogen greep ik onze keukentrap en klom enthousiast omhoog.

Maar ofwel de ladder, ofwel ik was te kort. Mijn oog viel op de mini trampoline van de kinderen, maar ik wist, zelfs met trampoline kan ik niet zeven meter de lucht in springen en een slaapkamer binnen stuiteren. Niet zonder Tena Lady in ieder geval.

Toen sloeg de inspiratie opnieuw toe: in ons schuurtje stikt het van de schroevendraaiers. Snel klom ik mijn trap af, rende naar het schuurtje waar ik een bos schroevendraaiers uit de la griste, en sjeesde door naar het keukenraam.

Driftig draaide ik de schroeven van de raambeveiliging los en ik voelde een aangename rush van adrenaline. Inbreken is echt vet kicken!

Met het raam aldus gesaboteerd was het tijd voor deel twee van mijn masterplan. Ik duwde mijn hoofd naar binnen, en wrong mijn lichaam er achter aan. Even was er een angstig moment, toen mijn benen hulpeloos spartelden terwijl mijn boezem op het aanrecht rustte, maar gelukkig kon ik me verder naar binnen trekken.

Triomfantelijk zette ik voet op onze keukenvloer en om het te vieren zette ik meteen maar water voor thee op.

En nu ga ik in de Gouden Gids op zoek naar een bedrijf dat aan inbraakpreventie doet, want de beveiliging van ons huis is echt om te huilen.

Vreemdgegaan

Het spijt me, vergeef me! Anders kan ik het niet zeggen, er valt van alles uit te leggen, Sinterklaas. Maar hij betekende niets voor me! Hij was alleen maar een one night hap. Voortaan bent u de enige voor me.


Competitiedrang

Terwijl mijn Ot er angstvallig voor waakt vooral niet te veel te doen, geeft Piet blijk van ongebreidelde competitiedrang. Zo schoof hij gisteren haastig zijn maaltijd van rode kool, aardappels en worst van neef Henk naar binnen, stikte bijkans, en wist nog maar net uit te brengen: 'Eerste! Ik was het eerst klaar!'

En toen een klasgenootje hem in het voorbij gaan toeriep: 'Piet, ik heb Zwarte Piet gezien!' haalde Piet slechts zijn smalle schoudertjes op en jokte: 'Ik heb er ook één gezien!' waarna hij er vlot nog twee bij loog: 'Een bij oma, en een bij de supermarkt, dus dat zijn er drie.'

Naast liegen schuwt Piet ook bedriegen niet. Bij Memory kijkt hij stiekem onder de kaartjes, bij dammen schuift hij met de stenen, en bij Mens Erger Je Niet past hij zijn zetten graag dusdanig aan dat hij andere spelers kan afgooien.

En toch is het een schatje, mijn Piet.
Mijn hart won hij al toen hij geboren werd.

Groepsproces

Het waren twee koningskind'ren,
Zij hadden malkander zo lief,
Zij konden bijeen niet komen,
Het groepsproces was veel te diep.


Er waren eens twee jongetjes in groep vier. Ze vonden elkaar in groep drie en waren sindsdien onafscheidelijk. Ze hadden alleen maar oog voor elkaar, en leken niemand anders nodig te hebben. En als je ze vroeg wie er verder nog in hun klas zaten, dan keken ze je verbluft aan, glimlachten vriendelijk en bleven het antwoord schuldig.

Dus mochten ze op vrijdag niet meer met elkaar spelen om het groepsproces en nieuwe vriendschappen te bevorderen.

Nu gaat het ene jongetje voetballen, en het andere speelt met zijn broertje.

Lang leve het groepsproces.

Zwarte Pieten muts

Deze maandagochtend, waarvoor ik gisteravond zo zorgvuldig alle potentiële mijnen had opgeruimd, geraakte ik desondanks in een vuistgevecht met Ot. De dood volgde er niet op, maar mijn goede humeur stierf wel een gewelddadige dood.

Inzet van het vuistgevecht was de vraag of Ot met Zwarte Pieten muts op naar school mocht. Ot vond van wel, ik vond van niet.

'Ik houd hem lekker toch op,' tartte Ot.
'Ik dacht het niet.'
'Ik dacht het wel.'
'Ik dacht het niet.'
'Ik dacht het wel.'

In dit soort pedagogisch uitdagende situaties moet je als moeder dan soms die ultieme troef uitspelen: 'Ik ben de moeder, dus ik ben de baas.' En dan kun je alleen maar hopen dat zij niet hun joker in zetten. Maar Ot had er een heleboel en gebruikte ze allemaal.

'Ik dacht het niet.'
'Ik dacht het wel.'
'Ik dacht het niet.'
'Ik dacht het wel.'

'Ot, dat mag alleen maar op Speelgoedmiddag,' trachtte ik onze impasse te doorbreken met redelijkheid. 'Weet je wat? Dan ga jij het vanmorgen aan de juf vragen, en als ze het goed vindt, dan mag je hem vanmiddag op.'

Schoorvoetend stemde Ot in, en kwam tussen de middag triomfantelijk thuis: 'Het mag van de juf! Alleen een mijter mag niet, want dat is zo vervelend voor de persoon achter je.'

Ik draai weer mee

'In de mallemolen van het leven, draai je allemaal je eigen rondje mee! De molen draait ook zonder jou,' jubelde Heddy Lester om geheimzinnig te vervolgen 'je paard blijft nooit alleen.'

Een liedregel waar ik menige nacht over heb liggen piekeren terwijl ik mij afvroeg wat ze daar toch mee bedoelde. Maar wat blijkt: ik heb het al die jaren verkeerd verstaan! Ze zingt waarschuwend: 'Je plaats blijft nooit lang leeg, dus kom draai met die mallemolen mee.'

De afgelopen week heb ik een rondje over geslagen, en heeft de mallemolen zonder mij gedraaid. Als omstander keek ik toe hoe de anderen hun rondje draaiden, en voelde een vreemde mengeling van blijheid dat ik niet hoefde mee te doen, en eenzaamheid.

Maar vandaag ben ik weer op de 'mallemolen van het leven' gesprongen en draai mijn rondjes weer mee.

En voorlopig wil ik er niet meer af!

Wat de griep mij leerde

  1. Je kunt een griep ook in twee dagen persen
  2. Je kunt een griep weliswaar in twee dagen persen, maar dan ben je nog wel ziek op dag drie
  3. Geen koorts hebben als je een overdosis paracetamol hebt genuttigd telt niet
  4. Wild gaan rondrennen als je je beter voelt is niet verstandig, evenmin als luidkeels roepen: 'Ik ben weer beter, ik ben weer beter!'
  5. Mensen die zeggen dat je moet genieten van het in bed liggen, hebben duidelijk niet de griep
  6. Als grieppatiënt ben je een makkelijk doelwit voor kinderen: je kunt immers nergens heen. Vraag me maar eens om alle 1000 Pokémonnamen op te lepelen. Toe dan! Ik daag je uit!
  7. Een uur lang Pokemonverhalen horen is erger dan de griep
  8. Je krijgt een spoedcursus schreeuwerige kinderprogramma's. Dat is bij de prijs van een beetje rust inbegrepen.
  9. Kinderen kunnen meer dan je denkt: Jan maakte, toen hij uit school kwam, spontaan een kruik voor me, haalde sinaasappelsap en bracht me thee.
  10. Dat is geen bewijs dat hij geen PDD-NOS heeft. 
  11. Welles
  12. Nietes
  13. Welles
  14. Nietes
  15. Kinderen kunnen minder dan je denkt: jassen ophangen blijft moeilijk,  evenals een tas uitpakken
  16. Echtgenoten blijken liefhebbender dan je dacht. Donderdagavond trakteerde Floris me op een bak verse aardbeien, die ik zelf nooit van hem mag kopen omdat hij ze 'te duur' vindt.
  17. Griep is stom
  18. Pas op voor paparazzi, die je op je onvoordeligst kieken
  19. Griep bevordert het uiterlijk schoon niet
  20. Proost